Natuurschoonwet 1928 | Wetgeving

Per 11 september 2020 is het nieuwe Rangschikkingsbesluit gepubliceerd. Het gewijzigde besluit treedt in werking per 1 januari 2021. De belangrijkste wijzigingen:

  • Het plan voor natuur komt te vervallen. Hierdoor moet de benodigde natuur gerealiseerd zijn, vóórdat de rangschikking kan worden aangevraagd.
  • Natuur moet een minimale oppervlakte hebben van 0,5 hectare, zelfstandig of tezamen met aangrenzende houtopstanden.
  • Er wordt bij ministeriële regeling vastgesteld welke natuur- en landschapstypen als natuur worden gezien.
  • Golfbanen dienen ten minste met 50% (nu 30%) houtopstanden of natuurterreinen te zijn ingericht.
  • Aanleunlandgoederen groter dan 1 hectare, dienen eveneens ten minste met 50% houtopstanden te zijn bezet.
  • Aanleunlandgoederen kleiner dan 1 hectare zijn niet meer te rangschikken. Uitgezonderd zijn in erfpacht uitgegeven objecten, waarvan de blote eigendom toekomt aan de eigenaar van het hoofdlandgoed.
  • De historische tuin- en parkaanleg van een buitenplaats dient te dateren van vóór 1900 (nu 1850).
  • Er is op papier meer ruimte voor natuurcampings.

Ondanks de dringende boodschap uit de praktijk, alsmede het advies uit het evaluatierapport, wordt géén ruimte geboden aan het toevoegen van nieuwe economische dragers. Sterker nog, ook het type gebruik van gebouwen wordt een toetsingskader voor de rangschikking. Dit levert met name een probleem op voor dag- en verblijfsrecreatie op landgoederen (hotels, restaurants, et cetera).

Achtergrond

Aanleiding voor de aanpassing van het bestaande rangschikkingsbesluit wordt gevonden in de motie Van Veldhoven uit januari 2013, waarin zij stelt dat  op landgoederen intensieve exploitatievormen plaatsvinden, zoals golfbanen, en dat veel landgoederen niet opengesteld zijn. Zij meent dat daarmee inbreuk wordt gemaakt op de originele doelstellingen van de Natuurschoonwet. Er wordt gepleit om de Natuurschoonwet meer te richten op de klassieke landgoederen. Helaas zien wij dat de wijziging beperkingen en nadelen oplevert, specifiek voor klassieke landgoederen.

In de periode na de motie is onderzoek verricht naar de werking van de Natuurschoonwet in de praktijk. Eén van de belangrijkste conclusies was dat in de huidige wetgeving er onvoldoende mogelijkheden zijn om nieuwe economische dragers op landgoederen toe te voegen, ten behoeve van de instandhouding. Dit probleem wordt ondergeschreven door de wetgever in de toelichting. Er wordt door de wetgever gesteld dat er véél ruimte is voor het toevoegen van economische dragers. Echter, de wijziging beperkt nu juist de mogelijkheden om economische dragers toe te voegen. Woord en daad zijn dus opnieuw twee verschillende zaken. 

Contactformulier

3 + 15 =

Mommers Landgoedadvies

Watersnip 15 

5165 KS  WASPIK

T: 0416 3113 62

E: info@landgoedadvies.nl